







Synopsis
“Na een gelukkige jeugd als zendelingszoon in Zuid-Afrika, groeide regisseur Hans Busstra vanaf zijn achtste op in Nederland. Daar stuitte hij vaak op onbegrip over zijn afkomst en maakte hij kennis met een wereld waarin het geloof in God heel wat minder vanzelfsprekend was dan in Zuid-Afrika. Nu, na 20 jaar, keert hij terug om als volwassene nog eens een blik te werpen op zijn jeugd. In ontmoetingen met bijzondere personen en plekken uit zijn jeugd zoekt hij niet zozeer naar antwoorden maar eerder naar hernieuwing van vriendschap en naar innerlijke rust”.
Inleiding
Waar gaat mijn eindexamenfilm over? Elke filmacademiestudent kent het moment dat die vraag zich opdringt. En het antwoord was voor mij behoorlijk relevant. Want in mijn eerste drie jaar op de filmacademie ben ik vaak onzeker geweest en dikwijls ontevreden over wat ik maakte. En dan speelt soms een andere bekende vraag: moet ik eigenlijk wel films maken? Maar ook al was de kritiek op de filmacademie soms hard, de productiestructuur was gelukkig altijd dwingend genoeg om twijfel niet teveel tijd te geven.
In de zomer van 2008 keerde ik voor het eerst in tien jaar weer terug naar Zuid-Afrika, mijn geboorteland waar ik als zoon van een Nederlandse zendeling tot mijn achtste ben opgegroeid. Ik sprak oude bekenden en bezocht bijzondere plaasten uit mijn jeugd. Overtuigd kwam ik terug: mijn eindexamenfilm zou gaan over een bevriende, oude Afrikaanse boer en zijn rotsvaste geloof in God.
Deze boer, voor mij Oom Kobus, bleek pas het begin van een lange zoektocht. Eerst naar thema’s buiten mijzelf: grootse onderwerpen als de geschiedenis van blanke boeren in Zuid-Afrika en de verhouding tussen de kerk en apartheid. Het hadden interessante films kunnen zijn, maar ze stonden te ver van me af en misten bezieling. Producenten, docenten en coaches zagen het eerder dan ik: deze film moest over mijzelf gaan en mijn geloof. Over iets wat ik had achter gelaten in Zuid-Afrika en wat ik in Nederland miste. Het duurde een tijdje voor ik eraan wou. Want een film over jezelf en persoonlijk geloof maken is eng. Vele diepgaande gesprekken en coachingssessies volgden. Eerder was me weleens geleerd: ‘De ego-documentaire mag geen zelftherapie zijn!’ Maar tijdens de ontwikkeling van mijn film lag mijn ziel dikwijls op tafel. Soms was dat confronterend en vermoeiend, maar vaak ook verhelderend en bemoedigend.
Uiteindelijk kon ik me achter weinig meer verschuilen en toen stuitte ik op iets heel kleins. Een zinnetje die ik twintig jaar geleden, bij mijn vertrek uit Zuid-Afrika uitsprak: “Ons sal altyd vriende bly”. Als achtjarig jongentje was dat mijn vriendschapsverklaring aan Oom Kobus, vlak voordat ik op het vliegtuig naar Nederland stapte. Ik was het zelf bijna vergeten. Oom Kobus niet.
En dat ene zinnetje bleek de sleutel voor mijn eindexamenfilm. Een film over de vriendschap met een oude boer, een land en met God. Gewapend met dat zinnetje gingen we als crew op pad naar Zuid-Afrika om een hele persoonlijke film te maken. Een film die kwetsbaar zou worden en weleens zou kunnen mislukken. Ook geleerd: alleen films die echt kunnen mislukken, kunnen ook echt slagen. Dus dat risico wilde ik nemen.
Samen probeerden we de wereld van mijn jeugd te filmen. Oom Kobus en zijn boerderij, het kerkje dat mijn vader bouwde, mijn oude basisschool en Elina, de oude huishoudster van mijn gezin. Het was voor mij een emotioneel weerzien. En we filmden nostalgie, want het Zuid-Afrika dat we aantroffen was sinds mijn jeugd maar nauwelijks veranderd. Toch bleef ook tijdens het filmen de uitkomst onzeker. Soms was het alsmaar zoeken zwaar, maar het leverde ons ook magistrale beelden op die we niet hadden durven dromen. Ik liet me raken en verloor langzaam mijn twijfel.
Met enige overmoed begonnen we aan de montage. Maar zo makkelijk gaf 35 uur materiaal zich niet gewonnen. Het schrijven en inspreken van de voice-over teksten, al vanaf het begin onderdeel van het plan, bleek een laatste grote beproeving. Af en toe hing de film aan een zijden draadje. Maar op de juiste momenten waren er de juiste mensen. En dan is er eindelijk dat wonderlijke moment, waarop beelden tot leven komen en een film op eigen benen kan staan.
Vier jaar geleden had ik het nooit gedacht, maar met trots kan ik nu zeggen dat mijn eindexamenfilm over mij gaat. Over een wereld diep in mij, waarmee ik vaak heb geworsteld en die ik soms heb verstopt. Dankzij ontzettend veel talentvolle, toegewijde en liefdevolle mensen om mij heen, is het volgens mij gelukt die wereld in film te vangen. Dan is het verrassend om te ontdekken dat mijn verhaal niet zo persoonlijk is als ik altijd dacht.
Want hoe particulier het voor mij ook aanvoelt, uiteindelijk gaat het over het vinden van vriendschap en van stilte. Dat is geen groot uniek verhaal, maar hopelijk een klein en herkenbaar gedicht.